Korenwijn.


Het traditionele productieproces van korenwijn verloopt in grote lijnen nog net als vroeger. Alleen de techniek is wat verfijnder geworden.
De basis voor de korenwijn is de moutwijn die gemaakt wordt van een combinatie van maïs, rogge, mout en tarwe.
Bij de vierde keer distilleren worden de smaakmakers toegevoegd. Bij korenwijn worden vaak minder jeneverbessen gebruikt dan bij de andere jenevers; dit in tegenstelling tot de zogenaamde moutwijnjenevers, waar de ketel beladen zou zijn met jeneverbessen. Het korenwijndistillaat dat overblijft heeft een alcoholpercentage van 65-70%.
Dit wordt vervolgens gerijpt op eikenhout. Na de jarenlange rijping van de korenwijn stellen de meesterproevers een mengsel samen van de inhoud van de verschillende vaten voor de beste korenwijn. Dit noemt men blenden. Wanneer het mengsel voldoende tot rust is gekomen, kan het worden gebotteld.
Het resultaat van de lagering van moutwijndistillaten doet niet onder voor een Schotse malt whisky of een Franse cognac.

Voor korenwijn is een minimum alcoholpercentage van 38% vastgesteld. De geur en smaak van de korenwijn komen het beste tot hun recht als de korenwijn nog even in het gekoelde glas blijft staan. Pas dan kan er echt worden genoten.

Juryrapporten van Korenwijnen en Moutwijnjenevers