Begische en Nederlandse jenever.


Belgische en Nederlandse jenevers verschillen ten eerste in smaak maar vaak ook in alcoholpercentage. De Belgische overheid heeft een minimum alcoholpercentage van 30% voor alle jenevers vastgesteld, terwijl in Nederland jonge en oude jenever een minimum alcoholpercentage van 35% en korenwijn van 38% moeten hebben.
De smaakverschillen komen door het kruidengebruik en de mogelijk andere alcoholbasis.

In Vlaanderen wordt er op sommigen plaatsen nog jenever gestookt volgens een recept dat dateert van de periode van voor het gebruik van de jeneverbes.
Bij deze zogenaamde ‘Vlaamse methode’ die hoofdzakelijk op boerderijen werd gebruikt, werd het graanafval dat overbleef na het distilleren, de spoeling, aan de ossen gevoerd.
De mest van deze beesten was nodig voor het verrijken van de landbouwgrond wat betere graanoogsten opleverde. De graanoverschotten konden op hun beurt weer gebruikt worden om te stoken. Er was dus sprake van een kringloop. Hoewel dit principe ook bekend was in Nederland, is het belangrijkste verschil naast het stoken op de boerderij dat de gestookte drank niet verder werd bewerkt met kruiden; de alcohol werd voldoende geacht. Deze jenever, die in Oost, West en Frans Vlaanderen nog gemaakt wordt in traditionele stokerijen, ontleent zijn aroma hoofdzakelijk aan de granen en de gistingsproducten. De jenever uit Hasselt en omgeving lijkt meer op de Nederlandse jenever.

Juryrapporten van Belgische jenevers